Vitrectomie (Glasvochtoperatie)

Hoe wordt de vitrectomie verricht ?

Bij een vitrectomie worden drie kleine openingen van minder dan één millimeter in de harde oogrok (het witte deel van het oog) gemaakt op enkele millimeters van het hoornvlies?. Doorheen één opening wordt een infuus geplaatst, zodat het oog gedurende de hele ingreep op druk kan gehouden worden. Langs de andere openingen worden werkinstrumenten in het oog gebracht. Bij de operatie wordt eerst het glasvocht ?verwijderd, waarna het netvliesprobleem in het oog wordt hersteld. De achterste oogholte wordt op het einde van de ingreep gevuld met een speciale vloeistof, maar soms ook met lucht, gas of olie. Afhankelijk van de ernst van de afwijking kan de operatie een half uur tot enkele uren duren. 

 

 

Welke verdoving is van toepassing bij een vitrectomie ?

De ingreep gebeurt meestal onder algemene verdoving. Daarom dient u eerst langs te gaan bij de collega’s van anesthesie, zodat de operatie veilig kan verlopen. In sommige gevallen kan geopteerd worden voor een lokale verdoving, waarbij een verdovingsvloeistof achter het oog wordt geïnjecteerd. Als gevolg heeft het oog gedurende enkele uren geen gevoel meer, valt het zicht tijdelijk uit en stoppen de oogbewegingen. 

Na de ingreep 

Bij een vitrectomie wordt het glasvocht ?verwijderd en op het einde van de ingreep vervangen door een speciale vloeistof, lucht, gas of olie (afhankelijk van de ernst en aard van de oogaandoening). Lucht, gas en olie worden gebruikt om het netvlies na de operatie enige tijd steun te geven. De keuze wordt voor de operatie met u besproken, maar soms verandert deze keuze tijdens de operatie.
 

Opname 

In de meeste gevallen gebeurt de ingreep in daghospitaal. Na de operatie wordt u naar de ontwaakzaal en vervolgens naar de kamer gebracht. Vóór het ontslag krijgt u zowel richtlijnen als genezende oogdruppels mee van de verpleging.  Standaard komt u de dag nadien ter controle op de raadpleging, evenals 2 weken na de operatie.
Vermijd zware inspanningen (vnl bukken en tillen) gedurende de eerste week na uw ingreep. We vragen dat u de eerste week na de ingreep niet gaat werken. 

In sommige gevallen wordt er toch een overnachting in het ziekenhuis voorzien (hospitalisatie), dit wordt op voorhand met u besproken op de raadpleging. In dit geval kan u daags na de operatie opnieuw naar huis, nadat de postoperatieve controle op de raadpleging plaatsgevonden heeft.
 

Praktische informatie vóór, tijdens en na uw opname

  • Zorg voor transport en bij voorkeur begeleiding van en naar het ziekenhuis en hou er rekening mee dat u zelf geen voertuig mag besturen de eerste week na de oogoperatie. Gebruik van het openbaar vervoer is geen probleem.
  • Meld u aan bij de onthaaldienst van het ziekenhuis op het afgesproken uur. Breng uw identiteitskaart mee en, indien van toepassing, uw verzekeringskaart of het betalingsakkoord van uw hospitalisatieverzekering.
  • Medische attesten, die moeten ingevuld worden door een arts, neemt u best mee bij de postoperatieve controle (eerste dag na de operatie).
  • U kunt beter geen hoorapparaat dragen aan de kant van het te opereren oog, om eventuele schade door water te vermijden. Indien u het hoorapparaat echt niet kunt missen, vermeldt u dit best aan de chirurg.
  • Breng de dag van de ingreep geen make-up aan rond het oog of op de wimpers.
  • Ongeveer een uur vóór de ingreep wordt er een pilletje onder het onderste ooglid gelegd. Dat dient om de pupil te verwijden om zo de ingreep te kunnen uitvoeren. Vooral bij jongere patiënten kan deze verwijding nog enkele dagen nawerken.
  • Op het einde van de ingreep worden een verband en een oogschelp op het oog aangebracht. Het verband blijft op het oog tot de ochtend na de ingreep. De schelp moet u bijhouden, want die moet u de eerste week 's nachts nog voor het oog kleven. 
  • Na de ingreep dienen genezende oogdruppels in het oog aangebracht te worden, 3x per dag gedurende een 3-tal weken (Pred Forte& Dicloabak).

Welke complicaties kunnen optreden ?

  • Bij één op de vijf patiënten is na de operatie de oogdruk tijdelijk te hoog als gevolg van de cortisone-oogdruppels. De oogdrukverhoging treedt vaak op na een tweetal weken en wordt meestal met extra oogdruppels behandeld. 
  • Bij een nabloeding in de glasvochtholte wordt het hele zicht wazig. Een dergelijke bloeding verdwijnt meestal vanzelf, maar dit kan enkele weken aanslepen. Soms is een ingreep nodig om het bloed te verwijderen. 
  • Meestal kan de ingreep uitgevoerd worden zonder hechtingen op de wondjes te plaatsen. Soms treedt er echter een lekkage uit deze wondjes op, waardoor de oogdruk te laag wordt. In dat geval kan het nodig zijn om nadien toch nog hechtingen te plaatsen. 
  • Als u nog niet aan cataract (= troebele ooglens of staar) bent geopereerd, zal een cataractoperatie na een vitrectomie vaak nodig zijn. In vele gevallen wordt daarom geopteerd voor een gecombineerde ingreep (cataractoperatie + vitrectomie). Enkel bij jonge patiënten wordt getracht om de lens in het oog te behouden.
  • Een zeldzame keer kan na een vitrectomie een laagstand van het bovenste ooglid (ptosis) en/of een blijvende zwelling van het onderste ooglid optreden (dermatochalasis). Dit wordt vooral gezien na het uitvoeren van meerdere oogingrepen, en is het gevolg van het (onvermijdelijke) gebruik van het instrument waarmee de oogleden tijdens de ingreep worden opengehouden. Soms kan hiervoor een esthetische correctie nodig zijn.  
  • Zoals bij iedere operatie kan ook na een vitrectomie een ontsteking of infectie optreden. Dat is een gevaarlijke maar zeldzame complicatie die optreedt bij ongeveer 1 op de 1 500 ingrepen. Een infectie komt dus heel zelden voor, maar kan ernstige gevolgen hebben voor uw zicht. Bij ontslag uit het ziekenhuis wordt u verteld wat de alarmtekens van een beginnende infectie zijn.
  • Zeer zelden (1 op de 3 000 ingrepen) ontstaat na de operatie een bloeding in het vaatvlies (de onderlaag van het netvlies) of treedt er een stoornis op in de bloedcirculatie van het oog. Dat zijn zeldzame maar ernstige complicaties. Ze treden vooral op als de bloedcirculatie in het oog voordien al aangetast was door bijvoorbeeld hoge verziendheid, ouderdom, hoge bloeddruk, hoge cholesterol, roken, diabetes of een combinatie van die risicofactoren. In geval van een bloeding kan een nieuwe ingreep nodig zijn om (een deel van) het zicht terug te winnen. In geval van een stoornis in de bloedcirculatie is er geen behandeling mogelijk.

Was dit artikel behulpzaam?

U heeft nog vragen? Contacteer Ons